Foto: Peter Valckx

NOG ÉÉNMAAL DE MAGIE VAN HERMAN BIANCHI

29 February 2016

Criminologen bijeen ter nagedachtenis van ‘hun’ professor

In het Friese Lollum gold 7 januari weer code rood, en op de begrafenis van Herman Bianchi, die daar op die dag plaatsvond, waren daarom vrijwel geen criminologen aanwezig. Vrijdag 19 februari kwamen ze alsnog, om aan de eerste hoogleraar criminologie van de Vrije Universiteit herinneringen op te halen en nog eenmaal geïnspireerd te raken door hun vroegere prof.

De naam Herman Bianchi is onlosmakelijk verbonden met wat we nu kennen als het herstelrecht: een vorm van strafrecht waarbij dader en slachtoffer samen op zoek gaan naar een passende oplossing. Voor Bianchi was gevangenisstraf zelden een goed idee, omdat dat in zijn visie het probleem niet oploste. Bovendien was er in de rechtspraak van zijn tijd helemaal geen plaats voor het slachtoffer, terwijl juist dat slachtoffer, en niet de Staat, toch het grootste probleem met de dader had.

Vrijplaatsen in plaats van gevangenissen

Bianchi was een criminologische abolitionist in hart en nieren: hij vond dat criminologen niet alleen misdaad en de berechting daarvan moesten bestuderen, maar had ook een eigen agenda voor hoe het rechtssysteem fundamenteel anders moest. Hij vond dat de overheid geen gevangenissen moest bouwen, maar ontmoetingscentra (‘vrijplaatsen’) waar betrokkenen bij een misdrijf met elkaar konden onderhandelen en praten over wat er zou moeten gebeuren om weer verder te kunnen met hun leven. Alleen voor de zwaarste, niet meer te rehabiliteren daders was gevangenisstraf op zijn plaats.

Hij vond dat de overheid geen gevangenissen moest bouwen, maar ontmoetingscentra

Bianchi was radicaal. Hij maakte in de jaren tachtig van de vorige eeuw een korte film over het gevangeniswezen, waarin hij een parallel trok tussen de naargeestige reeks etsen over kerkers van de achttiende-eeuwse graficus Giovanni Piranesi en de Bijlmerbajes. De film, die op de bijeenkomst als intermezzo werd vertoond, komt door de dik aangezette symboliek en donkere orgelmuziek na meer dan dertig jaar bijna over als parodie, maar Bianchi was destijds serieus: voor al te veel repressie vanuit de overheid had hij geen goed woord over, en van gevangenissen gruwelde hij.

Waarom hij zo radicaal en indrukwekkend was

De sprekers op de bijeenkomst doen alle moeite om verklaringen te geven waarom Bianchi zo radicaal was. Opsluiting in de Tweede Wereldoorlog in kamp Amersfoort lag voor de hand als reden waarom Bianchi zo wars was van gevangenissen. Na de oorlog leerde hij Pieter Meertens en diens christen-socialistische gedachtegoed kennen. “Dat ging erin als Gods woord in een ouderling,” analyseert collega-criminoloog van de Erasmus School of Law René van Swaaningen. “En vanuit die linkse invloed kun je verklaren waarom hij zo’n argwaan had ten opzichte van de wet.”

Maar meer nog dan het zoeken naar een verklaring waarom Bianchi was zoals hij was, is de kern van de bijeenkomst de puzzel waarom Bianchi in zijn tijd zo’n onuitwisbare indruk op studenten maakte. Zijn biograaf Kees Sluys trof verschillende informanten die Bianchi kenschetsten als iemand die nooit luisterde, altijd vertelde hoe de wereld in elkaar stak (maar daarover niets van een ander aannam), er dikwijls aantoonbaar naast zat en zich dan moeiteloos herriep. “Was hij wel in anderen geïnteresseerd? Ik kreeg de indruk van niet”, aldus Sluys. “Maar Bianchi was ervan overtuigd dat hij gelijk had. Pas toen hij al lang met emeritaat was, vroeg Bianchi zich hardop af of hij zijn werk ‘eens wat vaker aan anderen had moeten laten lezen.’” Maar Sluys vervolgt het citaat: “’Misschien hadden de echt ernstige fouten dan vermeden kunnen worden, maar nee, ik ben achteraf toch blij dat ik dat niet gedaan heb. Nu ligt de hele persoon Bianchi erin.’”

Levendige parel van inspiratie

De alumni criminologie die de bijeenkomst bijwonen, herkennen de schetsen maar al te goed. Maar Bianchi was voor hen vooral een levendige parel van inspiratie in het destijds toch wat vlakke landschap van professoren. Zij gaven wel gedegen onderwijs, maar waren zo bevlogen als het wetboek van strafrecht zelf. Bianchi was een uitgesproken man, die onmiddellijk interessant was zodra hij het woord nam. De huidige hoogleraar criminologie, Wim Huisman, herinnert zich: “Op het eind werd ie altijd boos. ‘Het is gemeen, het is gewoon gemeen’, riep hij dan stampvoetend. En hoewel de onderwerpen van zijn colleges volgens de studiegids elke week anders waren, kwam het verhaal telkens op hetzelfde neer: het opsluiten van mensen is gemeen.”

‘Op het eind werd ie altijd boos. ‘Het is gemeen, het is gewoon gemeen’, riep hij dan stampvoetend’

Bianchi mocht dan misschien activistisch zijn, of betweterig, of weinig empathisch, hij had ook iets magisch, stelt Van Swaaningen. Bianchi oogstte veel waardering voor zijn vermogen om verbanden te leggen tussen ogenschijnlijk losstaande verschijnselen en zijn vlammende betogen zorgden in menig studentenbrein voor alternatieve inzichten. “Ik merk het nu nóg, aan mijn collega’s. Ik heb er gewoon meer oog voor dat niet alleen het criminele gedrag stopt, maar er ook oog is voor wat de dader nodig heeft ter voorkoming van recidive,” merkt één van de aanwezigen achteraf op.

In de praktijk kwam er wel íéts van terecht

De vrijplaatsen die Bianchi voor ogen had, haalden het niet. “Hij had ideeën, maar in de praktijk kwam er weinig van terecht,” stelt VU-criminoloog Sietse Steenstra. “Er is van alles geprobeerd, maar de meest vruchtbare poging strandde toen het kabinet Van Agt viel en daarmee het politieke draagvlak.” Joost Oude Groen, directeur van Restorative Justice Nederland, stelt ertegenover dat er inmiddels wel degelijk initiatieven zijn die Bianchi’s denktrant volgen. Zo hebben slachtoffers tegenwoordig spreekrecht in de rechtszaak en lopen er experimenten met mediation in strafzaken.

Herman Bianchi stierf op 30 december 2015, 91 jaar oud.